Statecraft

17 mei 2026 · essay

Wij leven in Pruisen

Twee architecten, één samenleving die hen allang ontgroeid is

door Jacob Huibers · Read in English →

§ 01 · De aanleiding

In een interview in de regiopers van mei 2026 pleitte een docent Nederlands voor afschaffing van het centraal eindexamen. Hij noemde het een rituele dans, vergeleek de Onderwijsinspectie met de Voedsel- en Warenautoriteit, en stelde voor het schooldiploma over te laten aan de instelling die de leerling jaren kent.¹ Het stuk leverde de gebruikelijke reacties op. Voorstanders herkenden de vermoeidheid van het examenseizoen, tegenstanders wezen op het belang van externe ijking, beide kampen bleven binnen de vorm van de vraag.

Wat in dat debat zelden expliciet wordt gemaakt, is de architectuur waaraan het examen toebehoort. Het eindexamen is geen op zichzelf staand instrument. Het is een onderdeel van een onderwijsstelsel dat is ontworpen rond 1810, in Pruisen, voor een samenleving die noch in demografische, noch in economische, noch in culturele zin gelijkenis vertoont met die van het Nederland van 2026. Dezelfde observatie geldt voor het sociale verzekeringsstelsel, ontworpen rond 1885, in Pruisen, voor een industriële klasse die op een handvol procenten van de beroepsbevolking is gereduceerd. Twee architecten, twee architecturen, één samenleving die hen allang ontgroeid is. En toch leven wij in hun gebouw.

§ 02 · De twee architecten

Wilhelm von Humboldt was Pruisisch staatsman en taalfilosoof. In zijn korte ambtsperiode als hoofd van de Sectie voor Cultus en Onderwijs van het Pruisische ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1809 tot 1810, ontwierp hij de structurele bouwstenen van het continentaal-Europese onderwijssysteem. Leerplicht, leeftijdscohorten, gestandaardiseerd curriculum, staatsexaminatie, statelijk opgeleide leraren, de tweedeling tussen Gymnasium voor de elite en Volksschule voor de massa, en de stichting van de moderne onderzoeksuniversiteit. Het Bildungsideaal dat hij eraan koppelde was geen liberatoir programma. Het was vormingsidealisme in dienst van een gewenst type burger: cultureel gecultiveerd, zelfdisciplinair, loyaal aan de staat als drager van de cultuur.²

Nederland nam dit ontwerp niet rechtstreeks over, maar via een eigen route. De Schoolwet van 1806 onder Lodewijk Napoleon legde het beginsel van staatszorg voor onderwijs vast. De Wet op het Middelbaar Onderwijs van Thorbecke uit 1863 voerde de HBS in als Nederlandse vertaling van het continentale tweesporenmodel. De Mammoetwet van 1968 consolideerde de tweedeling tussen havo en vwo als parallelle voorbereidingstrajecten voor hoger onderwijs, met het centraal examen als externe ijkpunt en de Onderwijsinspectie als kwaliteitswachter. Het zijn stappen, allemaal Nederlands van implementatie, maar hun gezamenlijke logica is Humboldtiaans.

Otto von Bismarck was Pruisisch eerste minister en daarna rijkskanselier. In de jaren tachtig van de negentiende eeuw, onder druk van de groei van de sociaaldemocratie en zijn eigen sociaalconservatieve overtuiging dat de staat de loyaliteit van de arbeidersklasse moest bezitten, ontwierp hij de eerste verplichte sociale verzekeringen ter wereld. De ziektewet van 1883, de ongevallenwet van 1884 en de invaliditeits- en ouderdomswet van 1889 vormen samen het fundament van het continentale sociale verzekeringsmodel. Het uitgangspunt was de gestabiliseerde levensloop van de mannelijke kostwinner in vaste industriële dienst, met aan zijn zijde een onbezoldigde verzorgende echtgenote en een te onderhouden kinderschare.³

Nederland nam ook deze architectuur via een eigen route over. De Ongevallenwet van 1901, de Ziektewet van 1929, de Werkloosheidswet van 1949, de AOW van 1956, de WAO van 1967, de hele cassette van sociale verzekeringen waarop het Nederlandse poldermodel rust is in lijn met de Bismarckiaanse logica. Inclusief de sectorgewijze financiering, het verzekeringsbeginsel boven het verzorgingsbeginsel, en de centrale rol van de werkgever-werknemer-relatie als ankerpunt voor toegang tot het stelsel.

§ 03 · Het vacante programma

Beide architecturen veronderstelden een specifieke samenleving. De Humboldtiaanse school veronderstelde een homogeen leerplichtig cohort dat werd opgeleid voor een industrieel-bureaucratische arbeidsmarkt met een stabiele tweedeling tussen leidinggevende en uitvoerende functies. De Bismarckiaanse verzekering veronderstelde een levenslange werknemer in vaste industriële dienst met één loonverdiener per huishouden.

Geen van beide aannames staat overeind. Het lerend cohort is heterogener dan het continentale ontwerp ooit aankon, de arbeidsmarkt is gefragmenteerd in vaste banen, flex, zelfstandigen, platformwerk en hybriden daartussen, de levenslange werknemer is een statistische uitzondering, de mannelijke alleenverdiener is een marginale figuur, en de industriële klasse die de verzekeringen oorspronkelijk droeg is teruggebracht tot ongeveer een tiende van de werkende bevolking. Wat in de plaats van die samenleving is gekomen, is niet beantwoord met een nieuwe architectuur. Het is beantwoord met aanpassingen binnen de oude.

Daarmee verschijnt de signatuur van het patroon dat in de eerdere Statecraft-reeksen als dissociatie is beschreven.⁴ De vorm draait nog. De Onderwijsinspectie inspecteert, het examen wordt afgenomen, UWV keert uit, de fondsen worden gevuld, de premies worden geïnd. Maar de verbinding tussen de vorm en de samenleving waar zij ooit een antwoord op was, is grotendeels weggevallen. Het stelsel werkt. Het is alleen niet meer duidelijk waarvoor. Het programma dat de vorm vulde, is vacant.

Dat vacuüm is geen oversight. Het is structureel beschermd door de transactiekosten van wezenlijke herziening. Wie sleutelt aan de toetslogica raakt aan inspectie, bekostiging, lerarenopleiding, schoolbesturen, universitaire toelating en ouderverwachtingen tegelijk. Wie sleutelt aan de sociale verzekering raakt aan sectorfondsen, sociale partners, het verzekeringsbeginsel, de fiscale logica van werkgeverslasten en de hele apparatuur van het poldermodel tegelijk. Elke schroef die je losdraait raakt vijf andere systemen die op die schroef draaien. Daarom is de standaardrespons aanpassing in plaats van herontwerp, en het standaarddebat afschaffing in plaats van vraag-naar-doel. De afschaffingsvraag laat de architectuur intact. De doelvraag bedreigt haar.

§ 04 · Slot

Wat het debat over de schoolbel, het eindexamen, de Wet DBA, de pensioentransitie en de WIA gemeenschappelijk hebben, is dat het symptoomdebatten zijn die nooit toekomen aan de constitutieve vraag eronder. Voor welk type samenleving leidt het Nederlandse onderwijs nog op. Tegen welk type levensloop verzekert het Nederlandse stelsel nog. Zolang die vragen onbeantwoord blijven, blijft de architectuur staan en blijven de hervormingen binnen de architectuur cosmetisch.

Dat is geen aansporing om de Pruisische gebouwen af te breken. Het is een vaststelling dat we erin wonen zonder dat te weten, en dat wie de bewoning ontkent niet langer kan ontwerpen wat in de plaats moet komen. Een staat die haar negentiende-eeuwse architectuur niet erkent, kan haar eenentwintigste-eeuwse opgaven niet adresseren. Wij leven in Pruisen, alleen weet Pruisen het zelf niet meer. En wat Pruisen niet meer weet, kan Nederland niet meer overstijgen.


Colofon

“Wij leven in Pruisen” is een Statecraft-essay dat de continentaal-Europese institutionele architectuur waarin Nederland nog woont, traceert tot Humboldt (onderwijs, 1810) en Bismarck (sociale verzekering, 1880er jaren), en het toepast op het patroon van vorm-zonder-substantie dat in Reeks III als dissociatie is beschreven.

Reactie en tegenspraak via Statecraft.nl.


Jacob Huibers is interim-manager met ruim twintig jaar ervaring in de Nederlandse publieke sector. Hij werkte als clustermanager, clusterdirecteur en kwartiermaker bij gemeenten van vijftigduizend tot ruim tweehonderdduizend inwoners en bij regionale samenwerkingsverbanden in het sociaal en fysiek domein. Statecraft is zijn platform voor strategische reflectie op publieke uitvoering, pijler IV van House of Viridian.


Voetnoten

¹ Aanleiding voor dit stuk was een interview in de regiopers van mei 2026 waarin een docent Nederlands pleit voor afschaffing van het centraal eindexamen op grond van zijn boek over het voortgezet onderwijs. De inhoudelijke argumentatie van de docent wordt hier verder niet behandeld; dit stuk gebruikt het debat als opening voor een structurele lezing.

² Voor de Humboldtiaanse onderwijsfilosofie zie W. von Humboldt, Über die innere und äussere Organisation der höheren wissenschaftlichen Anstalten in Berlin, 1810. Voor de kritische lezing van Bildung als disciplinaire vormingsmal zie T. W. Adorno, Theorie der Halbbildung, eerst gepubliceerd in 1959, en M. Foucault, Surveiller et punir. Naissance de la prison, Gallimard, 1975.

³ Voor de Bismarckiaanse sociale architectuur zie G. A. Ritter, Der Sozialstaat. Entstehung und Entwicklung im internationalen Vergleich, Oldenbourg, derde druk 2010. Voor de Nederlandse adaptatie zie K. P. Companje (red.), Tussen volksverzekering en vrije markt. Verzekering van zorg op het snijvlak van sociale verzekering en gezondheidszorg 1880–2006, Aksant, 2008.

⁴ Voor het concept gedissocieerde organisatie zie J. Huibers, Gedissocieerde Organisaties (Reeks I), Statecraft, april–mei 2026. Voor de bredere uitwerking van de vorm-zonder-substantie als institutioneel patroon zie Doorwerking (Reeks II), Statecraft, 2026, in het bijzonder de symptoom-papers Nº 02 De stille onteigening en Nº 08 De gestolde tijdgeest.