Statecraft

28 mei 2026 · commentaar

Tijdgeest is dissociatie

Over Butink, jeugdzorg en de verdediging die we nu al inbouwen

door Jacob Huibers · Read in English →

In NRC van 22 mei 2026 doet Christel Don een observatie die scherper is dan haar opiniegenre toelaat. Het tijdgeestargument waarmee het gerechtshof Amsterdam in de zaak Butink de staat en de adoptiebemiddelaar vrijpleitte, is geen neutrale historische duiding maar een machtsinstrument. Het verschuift de bewijslast naar slachtoffers. Die observatie verdient een institutionele vervolgstap. Het beroep op de tijdgeest is in zijn aard dissociatief, en het tekent zich vandaag al af in dossiers die over twintig jaar voor de rechter komen.

Het argument doet drie dingen tegelijk. Het bevriest de norm in het verleden, het anonimiseert verantwoordelijkheid door die te delegeren aan een onpersoonlijke tijdsentiteit, en het verklaart hedendaags moreel oordeel tot een vorm van anachronisme. Niemand handelde verkeerd. De tijd was zo. Wie er nu over oordeelt projecteert. Het slachtoffer wordt daarmee niet alleen ontkend, het wordt epistemisch onfatsoenlijk gemaakt. Het schendt de regels van temporele beleefdheid door het verleden te beoordelen met heden-criteria.

De preciezere term is doxa. Bourdieu noemt zo het universum van het onbesproken, datgene wat niet gezegd hoeft te worden omdat het zich vanzelf spreekt. Het tijdgeestargument fabriceert retrospectief een doxa die destijds niet bestond. In 1992 waren er al kritische stemmen over interlandelijke adoptie uit Sri Lanka, het was geen geluidloze consensus. De pluraliteit van het moment wordt achteraf uitgewist tot één stem, en die ene stem heet vervolgens tijdgeest. Dat is meer dan een retorische truc. Het is dissociatief omdat het handelen loskoppelt van moreel oordeel door dat oordeel te delegeren aan een entiteit zonder gezicht. De organisatie luistert niet meer, want volgens haar eigen reconstructie was er niemand die iets te zeggen had.

Hier zit de werkelijke prijs. Iedere doxa die vandaag wordt opgebouwd, levert over twintig jaar het materiaal voor de volgende tijdgeestverdediging. Hoe het systeem nu met dissent omgaat, bepaalt hoe geloofwaardig zijn alibi van morgen klinkt. Wie vandaag de afwijkende stem in dossiers marginaliseert, schrijft daarmee de geluidloze consensus die de rechter in 2045 zal accepteren als gangbare norm. Borging van moreel oordeel vereist dus dat dissent in real time wordt geregistreerd, niet pas wanneer een gerechtelijke procedure dat afdwingt.

Drie dossiers laten het patroon zien.

Toeslagen. De waarschuwingen waren er. Vakmensen binnen de Belastingdienst, advocaten, parlementsleden, journalisten van Trouw en RTL, en de slachtoffers zelf. Ze werden niet gehoord, ontkend, gepathologiseerd. De doxa na de Bulgarenfraude verklaarde fraudebestrijding tot ongekende prioriteit en bouwde daar een institutionele consensus omheen. Die consensus is achteraf herkend als dissociatief: een trias waarin wetgever, uitvoering en rechter elk binnen de eigen geldige logica weggleden van het evenredigheidsbeginsel, en geen van de drie de menselijke maat als bindend tegenwicht inriep. Wat we nu kennen als ongekend onrecht was destijds reëel dissent dat institutioneel werd uitgeschakeld. De doxa is pas gebroken toen de Tweede Kamer er een parlementaire ondervragingscommissie op zette.

Jeugdzorg. Het patroon herhaalt zich nu. De uithuisplaatsingen in het kielzog van de toeslagenaffaire liggen al jarenlang onder vuur. Inspectie, ombudsman, hoogleraren, ouders, soms ook professionals. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg die nu in implementatie gaat, codificeert kaders die op ditzelfde moment al door uitvoerende professionals worden bekritiseerd. Wanneer die kritiek over twintig jaar in een rechtszaal landt, ligt de tijdgeestverdediging klaar: de inzichten van toen, de toen geldende kaders, de informatie die toen beschikbaar was. Het ontwerp van het alibi loopt parallel aan het ontwerp van de wet.

Puberteitsremmers en hormoontherapie bij minderjarigen. Het meest controversiële voorbeeld, en juist daarom helderend. Internationaal verschuift de evidentie. De Cass Review in Engeland (2024), de aanscherping door het Karolinska Instituut, en herzieningen in Finland, Noorwegen en Denemarken wijzen op een groeiende reserve tegenover deze interventies bij minderjarigen. In Nederland blijft het oorspronkelijke protocol grotendeels overeind terwijl het internationaal onder druk staat. Dissent is volop aanwezig, ook van professionals binnen het veld. De vraag voor Statecraft is niet wie er gelijk heeft. De vraag is hoe de huidige doxa wordt geconstrueerd. Wordt dissent inhoudelijk besproken, geregistreerd, gewogen? Of wordt het gepathologiseerd en gemarginaliseerd in een retoriek van zorgvuldigheid, wetenschap en menselijkheid die geen tegenspraak duldt? Wanneer over twintig jaar de eerste rechtszaken komen van mensen die als minderjarige onomkeerbare behandeling kregen en die betreuren, ligt het antwoord op die vraag al vast in de manier waarop de dissent van 2026 nu wordt behandeld.

Hier ligt geen pleidooi voor een standpunt over een van deze dossiers. Hier ligt een pleidooi voor één institutionele praktijk: het in real time registreren en wegen van dissent, zonder de behoefte het direct te neutraliseren. Niet als participatieritueel, niet als procedurele afvinkstap, maar als bestuursprincipe. Dat is wat de Strategische Driehoek vraagt op de hoek van legitimiteit: niet de fictieve eenheid van een tijdgeest, maar de werkelijke pluraliteit van een moment. Het is wat de Aiki-methode vraagt, gericht op het collectieve belang: meebewegen met wat zich aandient, ook wanneer het ongelegen komt. En het is wat borging vraagt in de zin die voor Statecraft beslissend is: wat over twintig jaar nog moreel standhoudt, niet wat juridisch glad afloopt.

Wie vandaag de afwijkende stem niet hoort, hoeft over twintig jaar het tijdgeestargument niet meer te bedenken. Het ligt dan al klaar, geschreven met dezelfde pen waarmee de wet werd ondertekend.


Jacob Huibers · Statecraft · mei 2026 · v0.2 Naar aanleiding van Christel Don, “Erken moreel onrecht, ook als het in de tijdgeest van toen door de beugel kon”, NRC 22 mei 2026.